Eb en Vloed

Watersporters maken vele natuurverschijnselen mee. Eb en vloed, of wel het getij is in de watersport er een van. In deze rubriek krijgt u geen wetenschappelijke uitleg over het getij, daar zijn voldoende boeken over geschreven en kunt u op internet genoeg informatie vinden. De watersportalmanak wil een relatie leggen tussen de theorie en de praktijk. Soms moet u een snelle beslissing nemen of u wel of niet zult uitvaren. Dan is het van belang dat u met een paar kernachtige argumenten uw beslissing kunt uitleggen naar uw bemanning. Eb en vloed kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Toch ontkomen we er niet aan om een korte inleiding te geven over het getij.

| Getijdentabel |

Verticaal getij
Onder invloed van de aantrekkingskracht van de maan en de zon en ook door de stand van deze planeten ontstaat eb en vloed. De kracht van de zon is geringer (+/- 45%) omdat zij veel verder van ons weg staat. Doch samen zorgen ze voor het getij. Er zijn vele factoren die het getij beïnvloeden o.a. het draaien van de aarde, landmassa’s, baaien, zeestraten enz. Dit kan de meest ingewikkelde berekeningen opleveren waarbij kennis van de wetten van Newton en Kepler en vele andere wetenschappers een voorwaarde is. Als watersporter heeft het voor u maar een ding tot gevolg, het getij verandert dagelijks. Hoog- en laagwater volgen elkaar niet exact in 6 uur tijd op. Dus als u in het begin van uw vakantie nog net over die zandbank kon komen om 3 uur ‘s middags loopt u er een week later op die zelfde tijd “mooi” op vast.
Dat het water de ene dag niet even hoog komt als de volgende dag noemen we wel de leeftijd van het getij. In ongeveer 14 dagen tijd zal het getij verlopen van springtij naar doodtij. Tijdens gemiddeld springtij is hoogwater extra hoog(GHWS) en laagwater extra laag(GLWS) en bij gemiddeld doodtij is hoogwater minder hoog(GHWD) en laagwater minder laag(GLWD). Ook per dag is er een verschil. Als er ‘s morgens bij hoogwater in uw haven 3 meter water staat boven dat wat de kaart aangeeft, wil dat niet zeggen dat +/- 12 uur later er weer 3 meter staat. Dit kan meer of minder zijn. Dit noemen we de gemiddelde dagelijkse ongelijkheid.

Waarom is dit stukje theorie nu zo belangrijk. Als u een reis voorbereidt over getijde water krijgt u te maken met een kaart waar diepten in staan. En u moet nu weten of er genoeg water boven de bodem staat om er overheen te kunnen. In het bovenstaande is het woord ”gemiddeld” vaak gebruikt. Dit betekent dat er nog andere factoren zijn die invloed hebben op het getij. De belangrijkste is de wind. Zwakke wind zal niet veel met het getij doen maar de zo overbekende Noordwester storm kan grote invloed uitoefenen. De diepte in uw vaarwater is dus iets om goed in de gaten te houden. Maar het getij heeft niet alleen een verticale beweging.

Watersportwinkel Cursusboeken Cursusboeken voor de watersport

Wij hebben diverse cursusboeken voor de watersport voor u verzameld.
Kijk in onze webwinkel voor het actuele aanbod.

Meer informatie »

Horizontaal getij
Als het hoogwater (HW) is geweest moet het water weer weg. Deze zogenaamde getij golf veroorzaakt een stroming. Er staat dus bijna altijd stroming in een getijden gebied behalve op het moment van hoog- of laagwater (LW). De stroom zal zich omkeren en er is even een periode van rust (kentering). Net zo goed als dat het verticale getij u het varen over een ondiepte onmogelijk maakt zo kan het horizontale getij door zijn stroomsterkte en richting u het leven zuur maken. In onze zeegaten, zoals Marsdiep bij Texel, kan de stroomsnelheid oplopen tot 3 tot 4 kn ( 1 knoop is 1,852 km). Ook hier speelt de windsterkte en richting weer een belangrijke rol.

Hoe kan het mis gaan
Van tochten waar alles goed gaat leert u niet zoveel. U wilt in het begin van de dag vertrekken van A naar B. U vaart de haven uit en loopt tegen een forse vloedstroom op. U bent veel te laat vertrokken. Daardoor komt u te laat op de plaats waar u het wantij (ondiepte tussen twee vaargebieden) wilt passeren en in het begin van de middag besluit u, nadat de kiel al een aantal keren hardhandig met de bodem in aanraking is gekomen (stoten), om uw plan te veranderen. Er wordt voor een andere bestemmingshaven gekozen. In dat vaarwater staat genoeg water maar de koers is schuin tegen de wind in (aan de wind) en weer moet u tegen de stroom opboksen. De wind, die in de ochtend nog matig 4 Beaufort was, is ondertussen naar een dikke 6 doorgetrokken. De wind die schuin over het vaarwater staat zorgt nu voor onrustig water. Het dagje varen begint nu een survivaltocht te worden. Het schip begint flink te rollen (om zijn lengteas heen en weer draaien) waardoor het sturen er niet makelijker op wordt. De bestemmingshaven is onder normale omstandigheden binnen 2 uur te bereiken maar nu de snelheid terugloopt, kan het wel eens veel langer gaan duren. Het humeur daalt, het serviesgoed wordt nog eens goed opgeschud, zeeziekte ligt op de loer en terwijl iedereen alweer tussen de palen ligt wordt het voor u langzaam donker op zee. Een ding is zeker, u heeft er weer een spannend verhaal bij voor in het clubhuis.

Nu dezelfde tocht nog een keer
U heeft de tocht op de kaart bekeken en weet dat het wantij voor het eind van de ochtend moet worden gepasseerd (HW). U zorgt dat u op tijd uitvaart en heeft weinig last van de net opkomende vloed. Om te voorkomen dat u te vroeg bij het wantij aankomt gaat het gas er iets van af. Door het rustig varen kan iedereen genieten van de tocht en is er tijd voor een kopje koffie. De wind is nog matig dus de golfslag valt mee. U passeert het wantij en heeft nog een halve meter onder de kiel. Nadat de ondiepte is gepasseerd neemt de ebstroom u mee en met half gas of een kleine fok loopt u, met de aanwakkerende wind, een forse snelheid. Aan het eind van de middag loopt u de haven binnen waar u naar toe wilde. Tijd voor een hapje en een drankje.

Wie is nu oorzaak dat het in het eerste geval mis ging? U als schipper heeft het getij onderschat terwijl in het tweede geval het getij uw vriend was. Jaarlijks moeten er door de KNRM vele malen assistentie worden verleend waar aan deze misrekeningen ten grondslag liggen. Om te leren met alle elementen van het getij in de watersport om te gaan is vaarbewijs 2 een prima opleiding.

Gerelateerde artikelen:

Bijdraaien of bijliggen | Sluizen en Wieleffect | Bakboord/stuurboord | Varen bij nacht | Nieuwe waterstanden | Ankeren op tijwaterZeeziekte

Advertentie

Deel dit met andere watersporters

Laatste nieuws

Perioden met regen, vanmiddag opklaringen en enkele buien
Aanbiedingen
  • Nieuwe artikelen

    Buitenboordmotorslot

    Voorkom diefstal
    vanaf 79,95

     

    Vaarkaarten Duitse Wadden

    Zie het overzicht!

     

    ANWB Wateralmanak 2017

     

    Roest verdwijnt als
    sneeuw voor de zon

    Lees meer...

     

    Kaarten en boeken
    Duitsland
     

    Nieuwe zaklampen!
    v.a. 29,95

     

Ook te volgen via